Meer resultaten...

4 maart 1931 - 9 juli 2026
Bij het afscheid van Anna Veenland lazen we uit het boek Spreuken: “Een sterke vrouw, wie zal haar vinden.” Want dat was ze, een sterke vrouw, daadkrachtig, zelfstandig, onvermoeibaar, nooit ziek.
Anna kon doorleren na de lagere school, heel ongebruikelijk voor die tijd, en zelfs na haar huwelijk bleef ze nog doorwerken. Die vrijheid, dat gaan van je eigen weg, gunde ze haar kinderen en kleinkinderen, óók.
Ze zorgde goed voor haar man Jaap, ook in die laatste, moeilijke fase van zijn leven. Na zijn overlijden brak voor Anna een nieuw leven aan. Ze genoot van alles wat ze nog kon.
In De Tirrel werd haar wereldje kleiner, er vielen steeds meer mensen om haar heen weg. Het had van haar al veel eerder afgelopen mogen zijn, maar zo makkelijk ging dat niet. Ze was te sterk, een eigenschap waar ze veel aan had gehad, maar die zich aan het eind van haar leven tegen haar keerde.
En nu is ze er niet meer, en blijven wij achter met dankbare herinneringen, aan een lieve mem en een lieve beppe, die ook nog oerbeppe was geworden.
Haar glimlach en haar scherpe blik zullen gemist worden, maar bovenal: haar liefde en haar vertrouwen. Ze was niet bang om dood te gaan, omdat ze leefde vanuit het geloof, dat het einde van dit leven slechts een nieuw begin is, in een wereld waaraan geen einde komt.